Consortia nieuws

Ervaringsverhaal

Ervaringsverhaal

“Het lijkt wel of ik mijn hart heb gelucht”

Als ik de eerste keer bij mevrouw kom, doet haar man de deur open van het appartement. "Mijn vrouw is dement" vertelt hij. "Ze functioneerde gelukkig nog redelijk het afgelopen jaar. Maar het laatste half jaar ging ze ineens razendsnel achteruit. En nu, ze brabbelt alleen nog wat, is soms onrustig en slaapt veel. Eten doet ze niet meer. Af en toe een mondje water. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om haar dit niet te geven als ik merk dat ze dorst heeft."

In huis staan overal foto's van een hond. Geen foto's van kinderen of kleinkinderen, toch schijnt er een zoon te zijn. Als meneer weg is, help ik die middag de wijkverpleegkundige om mevrouw te verschonen. Mevrouw maakt een heel tevreden indruk. Ze lacht naar ons en brabbelt wat. Het verschonen heeft haar vermoeid en ze slaapt al snel weer in. Als meneer terugkomt hebben we nog een heel gesprek. Hij zegt: "ik wil mijn vrouw graag nog een poosje bij me houden, maar niet zó, hoeveel pijn me dat ook doet." Als ik wegga bekruipt me zo'n triest en eenzaam gevoel.

 

Een week later kom ik weer en als de deur opengaat zegt meneer: "mijn vrouw is gister overleden en ik ben vergeten om jullie te bellen. Wat vind ik dat nou vervelend". Ik condoleer meneer en zeg dat ik toch graag wil horen hoe dat zo is gegaan. Het is heel erg stil in huis. Meneer is helemaal alleen.

 

Hij vertelt: "Toen mijn vrouw was overleden heb ik de begrafenisonderneming gebeld. Eentje die ik kende. Zij hebben haar die nacht meegenomen. Toen ik gisterochtend in de kamer zat, dacht ik ineens, wat staat er eigenlijk in die uitvaartpolis van ons. Toen ik ging lezen, zag ik dat het een andere begrafenisonderneming was dan die ik 's nachts had gebeld. Ik heb contact opgenomen en ja hoor. Ze ligt opgebaard op de verkeerde plek. Eentje waar ik niet voor verzekerd ben. Maar ik heb het kunnen regelen dat ze haar overbrengen naar die andere rouwkamer zonder te veel kosten. Ik ben vanmorgen bij haar wezen kijken en ik heb gevraagd of ze een beetje lippenstift op willen doen. Dan krijgt ze een liever gezicht".

 

"Hoe voelt het nu voor u, nu zij daar ligt", vraag ik. "Ach", zegt hij, "ik toon mijn emoties niet zo makkelijk", terwijl er tranen in zijn ogen springen. "Neemt u me niet kwalijk hoor". Heeft u nog naaste familie vraag ik. "Ja, ik heb negen broers en zussen! Die bellen wel hoor. De buurvrouw kwam me gister een pannetje eten brengen". En hij praat en hij praat.

 

"Het lijkt wel of ik mijn hart heb gelucht", zegt hij bij het weggaan. "Al die ontboezemingen. Maar wat is dat mooi dat jullie dat doen. Dat jullie je huis uit willen gaan om dat te doen. Ik had geen idee dat dat bestond". Als ik in de auto stap ben ik blij dat ik er voor hem heb kunnen zijn.

 

Auteur: